Standaard tekst voor de HEADER BUBBLE!

STANDAARD BUTTON TEKST

Delft: Boot-Graswinckel

wapen Graswinckel

afb.1: Wapen Cornelis Abrahamsz Graswinckel.

Familiewapen Boot-Graswinckel 

Wapen Cornelis Abrahamsz Graswinckel (1582-1664)
Drie roggen zwart op zilver
helmteken een rog. 

Behalve naar het ontstaan van de naam Graswinckel is er ook onderzoek gedaan naar het familiewapen. Voor zoverre is na te gaan hebben de leden van het geslacht, toen zij nog niet de naam Graswinckel voerden, geen huismerk of wapen gevoerd. Hoewel het niet uitgesloten is dat zij korte tijd één of drie ruiten in hun wapen voerden. In dit verband moet de aandacht gevestigd worden op een zegel van Gerrit Jansz Graswinckel (1542-1627) aangetroffen op een brief dd. 23 april 1576, die door Gerrit voluit met zijn naam ondertekend is (afb. 2). Dit zegel vertoont drie roggen met tussen de bovenste twee een ruit. (afb. 3) Hoe men nu van één of drie ruiten naar drie roggen is overgegaan is niet bekend. In ieder geval staat het wel vast, dat sedert 1576 het wapen drie roggen vertoont. Opmerkelijk is dat de afstammelingen van Gerrit Jansz. een eenhoorn als hemteken hebben, terwijl zijn jongere broer Abraham en zijn afstammelingen een rog als helmteken voeren. Terecht is ter gelegenheid van de officiële vaststelling van het wapen door de Hoge Raad van Adel in 1908 de eenhoorn als helmteken aangenomen, omdat de “thans nog bloeiende takken van het geslacht alle rechtstreekse afstammelingen zijn van Gerrit Graswinckel“.

wapen Graswinckel

afb.2: Handtekening Gerrit Jansz Graswinckel 1576.

wapen Graswinckel

afb.3: Zegel Gerrit Jansz (1542-1627): drie roggen met tussen de bovenste roggen een ruit. Helmteken: een uitkomende eenhoorn.

afbeelding Graswinckel

afb.4: Zegel Jan Jansz Graswinckel de jonge (ca 1541-1589): drie roggen met tussen de bovenste roggen een I (Jan), helmteken: geen, randschrift: Ian Ian (z) Graswinckel.

Het hebben van een zegel was verplicht voor al diegenen, die ambtshalve een acte, welke een rechtshandeling inhield, met hun zegel moesten bekrachtigen. Zo komt het, dat vooral zij, die schepenen geweest zijn, in ieder geval in het bezit van een zegel moesten zijn. Het oudst bekende schepenzegel kan worden aangemerkt dat van Jan Jansz Graswinckel de jonge, ca 1541-1589. Schepenen: 1576-1578, 1582-1583, 1585-1589. (afb. 4)

Zie ook de pagina over De familie Graswinckel “geseit Boot” uit Delft. bij Allerlei.

Bron: Graswinckel, Geschiedenis van een Delfts Brouwers- en Regenten-Geslacht, door: jhr. Dr. D.P.M. Graswinckel